ECLI:NL:RBNNE:2016:1334
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen faillissementsuitspraken wegens misbruik van bevoegdheid afgewezen
Mr. Geffroy, curator in faillissementen van twee besloten vennootschappen, stelde verzet in tegen de faillissementsuitspraken van 7 juli 2015. Hij voerde aan dat de faillissementen onterecht waren uitgesproken omdat schuldenaren geen activa meer hadden en dat sprake was van misbruik van bevoegdheid door de bestuurders die hadden gekozen voor faillissement in plaats van liquidatie.
De rechtbank stelde vast dat mr. Geffroy als belanghebbende in de zin van artikel 10 lid 1 Faillissementswet Pro ontvankelijk was in het verzet, mede gelet op een arrest van de Hoge Raad van 18 december 2015. Uit het onderzoek bleek dat schuldenaren vrijwel geen activa bezaten en dat de curator werkzaamheden moest verrichten zonder uitzicht op vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het verzet gegrond was en vernietigde de faillissementsuitspraken. De vordering van mr. Geffroy om bestuurders [B] en [A] te veroordelen in faillissementskosten en curatorssalaris werd afgewezen omdat zij geen partij waren in de procedure en er onvoldoende aanwijzingen waren voor misbruik van recht, mede omdat het faillissement op verzoek van de Rabobank was aangevraagd.
Het curatorensalaris werd vastgesteld en de proceskosten werden toegewezen aan schuldenaren. De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillissementsuitspraken wordt gegrond verklaard en de faillissementen worden vernietigd, maar de vordering tot kostenveroordeling van bestuurders wordt afgewezen.