Uitspraak
De aangiften
2.Overweging met betrekking tot het spreken van Arabisch door de overvallers
habibitegen
habibien
wollah. Het is de rechtbank echter bekend dat de genoemde woorden ook in de straattaal gebezigd worden. Nu niet is gebleken dat er overigens door de overvallers in een Arabische taal werd gesproken, is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] geen contra-indicatie vormen voor de betrokkenheid van verdachte bij de overval.
3.Conclusies ten aanzien van de bewezenverklaring
pogingtot diefstal met geweld, doet naar het oordeel van de rechtbank niets af aan de ernst van het feit. Dat de overvallers niet bij het geld van de supermarkt konden komen, maakt de impact van de gebeurtenis voor het slachtoffer er niet minder om.
De rechtbank wijst toe de overige gevorderde schade, zijnde een bedrag van € 289,75, nu de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staan met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De overige schadeposten zijn niet dan wel onvoldoende door de raadsman en verdachte betwist.