ECLI:NL:RBNNE:2016:2059
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering huurovereenkomst Leegstandswet wegens wanbetaling en wanprestatie
De zaak betreft een huurovereenkomst onder de Leegstandswet tussen eiser en gedaagde, waarbij gedaagde medehuurder is van een woning die tijdelijk verhuurd is met vergunning van de gemeente. Eiser had de huurovereenkomst opgezegd wegens wanbetaling en overlast, waarna gedaagde niet vrijwillig vertrok. Eiser vorderde in kort geding ontruiming van de woning met oplevering van de sleutels.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde medehuurder is en hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen uit de huurovereenkomst. Hoewel gedaagde betwistte dat de vergunning voor tijdelijke verhuur rechtsgeldig was, concludeert de rechter dat de gemeente geen intrekkingsgrond ziet en dat de vergunning geldig is. De huur was over meerdere maanden onbetaald en de verhouding tussen partijen was zodanig verstoord dat eiser geen toegang kreeg tot de woning.
De kantonrechter oordeelt dat de wanbetaling en het belemmeren van de verkoop voldoende grond vormen voor ontbinding van de huurovereenkomst en toewijzing van de ontruimingsvordering. De gevorderde dwangsom wordt gematigd tot €250 per dag met een maximum van €5.000. Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen acht dagen na betekening en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot ontruiming binnen acht dagen met oplevering van de sleutels en legt een gematigde dwangsom op.