Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Ik heb een keer mijn bankpasje van de SNS uitgeleend aan [verdachte] . Dat moet in juni/juli vorig jaar geweest zijn. Ik kon er twintig euro mee verdienen. Later kreeg ik mijn bankpas wel terug, maar toen had ik er niks meer aan. Er was toen al internetoplichting mee gepleegd.
het onder 1 sub h tot en met m en sub r ten laste gelegdemet een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.
het onder 1 sub a tot en met g en sub p en q ten laste gelegderespectievelijk de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Het klopt dat ik op 31 juli 2014 in Scheveningen heb gepind met de pas op naam van ['katvanger'] . [persoon 2] regelde de pasjes. Ik weet niet meer hoe de pas van [persoon 2] bij mij kwam, rechtstreeks of via iemand anders;
Het klopt dat ik op 31 juli 2014 in Scheveningen heb gepind met de pas op naam van ['katvanger'] . Ik was niet alleen in Scheveningen. [persoon 2] regelde de pasjes. Ik weet niet meer hoe de pas van [persoon 2] bij mij kwam, rechtstreeks of via iemand anders;
Ik had een Rabobankrekening met nummer [bankrekeningnummer 'katvanger 4'] en [persoon 5] vroeg mij om mijn pasje. [voornaam verdachte] en [persoon 1] waren daar toen ook bij. [persoon 5] wist mijn pincode wel maar ik heb de pincode toen ook nog opgeschreven en aan [persoon 5] gegeven. Dit speelde zich af in [voornaam verdachte] zijn huis in [pleegplaats 1] . Er werd gezegd dat er geldbedragen op mijn rekening zouden worden gestort. Ik zou daar dan geld voor krijgen. Er werd toen ik het pasje afgaf aan [persoon 5] geopperd door [voornaam verdachte] of [persoon 1] dat ik aangifte moest doen van diefstal van mijn bankpasje. Ik heb dat enkele dagen nadat ik het pasje had afgegeven ook gedaan. Ik heb wel eens geld gekregen voor het ter beschikking stellen van mijn pas, maar in negen van de tien keer werd het niet aan mij gegeven, maar aan mijn ex-vriend [persoon 5] . Dit gebeurde door [voornaam verdachte] maar ook door andere jongens. lk heb wel eens cocaïne gekregen. Ik weet dat [voornaam verdachte] een stapel met simkaarten heeft, [persoon 5] ook trouwens. Ze wisselen constant van nummer. Ze hebben altijd nieuwe simkaarten bij de hand. [voornaam verdachte] en [persoon 1] geven 50 euro voor een marktplaatsaccount. Hoe ouder deze account is, hoe meer geld het account waard is en het account is dan ook geloofwaardiger om te gebruiken;
Naar aanleiding van de verklaring van ['katvanger 4'] die de jongste rechter mij voorhoudt, verklaar ik dat ik op de hoogte was van wat er allemaal gebeurde; ik wist dat mensen betaalden voor spullen die ze niet geleverd kregen. [persoon 1] woonde bij mij, ik was altijd bij hem. Als ik pin, krijg ik er een deel van. Ik ging met [persoon 1] mee en zag wat er gebeurde. [persoon 1] gebruikte een rekening van een ander, meestal van junks of mensen die geen boodschap hadden aan de gevolgen. In maart 2013 had ik door dat er geen goederen geleverd werden terwijl er wel betaald was; ik had door dat het foute boel was.
Advertentietitel: Pussy lounge 15 juni 2013 6 kaartjes te koop. Via marktplaats 1 kaartje willen kopen voor een buitenevenement in Breda. Toen ik mailde kreeg ik gelijk een mail terug om hem te bellen. Dat deed ik, het klonk goed wat hij zei dus maakte ik het geld over naar zijn rekeningnummer [bankrekeningnummer 'katvanger 4'] . Na een half uur had ik nog steeds niks ontvangen. Ik belde hem op en toen zei hij letterlijk dat ik was opgelicht. Ik doe aangifte van oplichting.
Vrijspraak
feit 1 sub n en sub oten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. De betrokkenheid van verdachte bij deze zaken zou moeten blijken uit het feit dat bij het plaatsen van de Marktplaatsadvertentie gebruik is gemaakt van een IP-adres dat te herleiden is tot de woning van verdachte aan de [adres 2] te [pleegplaats 1] en de verklaringen van ['katvanger 3'] . Naar het oordeel van de rechtbank zijn de door ['katvanger 3'] afgelegde verklaringen dusdanig wisselend, tegenstrijdig en niet concreet dat deze niet als bewijsmiddel voor onderhavige zaken te gebruiken zijn. Het aantreffen van het voornoemde IP-adres is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om actief medeplegen door verdachte te bewijzen, omdat hieruit slechts is af te leiden dat door een mobiel apparaat in verdachtes woning de Marktplaatsadvertentie is opgemaakt. Dit kan derhalve ook gedaan zijn door één van de bezoekers van verdachtes woning die voor het plaatsen van de advertentie gebruik heeft gemaakt van de internetaansluiting van verdachte zonder dat verdachte daarbij actief betrokken was. Daarbij weegt de rechtbank mee dat verdachte heeft verklaard, hetgeen door anderen is bevestigd, dat zijn woning een soort inloophuis was waardoor diverse personen dikwijls in zijn woning verbleven en waarbij hij hen toestond gebruik te maken van het internet in zijn woning.
Afbeelding 3: op 31 juli 2014 pint [verdachte] een geldbedrag van 120,- euro bij de ABN AMRO geldautomaat aan de Strandweg in Scheveningen.
Op 12 maart 2014 heb ik onderzoek gedaan naar de beelden welke zijn gevorderd van de ABN AMRO Bank op 26 augustus 2014 met documentcode ['katvanger'] [bankrekeningnummer 'katvanger'] , zie hiervoor proces-verbaal bevindingen met documentcode 12LMI0645-1 AH. Op de beelden zag ik een manspersoon welke ik ambtshalve ken als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] ;
Wapen: het voorwerp is een semiautomatisch pistool.
Merk BBM
Model 315 AUTO
Kaliber 6.35 mm
Het voorwerp is geschikt om projectielen of stoffen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing.
Derhalve is het voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3, gelet op artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 van de Wet wapens en munitie.
Munitie 1:
Soort : Centraalvuur Kogelpatronen
Kaliber : 6,35 mm Browning
Aantal totaal : 12
Deze patronen zijn geschikt om een projectiel door middel van een (voormeld) vuurwapen af te schieten. Derhalve zijn deze patronen munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4 gelet op artikel 2 lid Pro 2, categorie III van de Wet wapens en munitie.
Munitie 2:
Soort: Centraalvuur Kogelpatronen
Kaliber 7,65 mm Browning
Aantal totaal 23
Deze patronen zijn geschikt om een projectiel door middel van een vuurwapen af te schieten.
Derhalve zijn deze patronen munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4 gelet op artikel 2 lid Pro 2, categorie III van de Wet wapens en munitie. De vrijstellingsbepalingen van de Wet wapens en munitie zijn op het voormelde vuurwapen en de munitie niet van toepassing.
Op 15 oktober 2013 te 09.30 uur werden door mij, [verbalisant 2] , de vermoedelijk verdovende middelen getest. Waarnemingen en bevindingen:
Omschrijving: gripzakje met daarin blauw poeder, blauwe pildelen en blauw, gespikkelde pillen met een breuklijn en een onduidelijke diepdruk.
Het bovenstaande goed werd getest met de MMC Crystal meth/ XTC test;
positief / negatief: positief op XTC.
De kleur- reactietest is een indicatie dat het testmateriaal waarschijnlijk de werkzame stof MDMA (XTC) bevat. MDMA (3,4-methyleendioxyraethylamphetainine) staat vermeld op lijst I van de Opiumwet.
Dat vuurwapen is van mij. Het pistool, de munitie, het geldkistje waar het inzat en de pillen zijn mijn bezittingen. Het zijn xtc pillen, MDMA.
Door personeel van de politie, Eenheid Noord-Nederland, werd op een vuurwapen gelijkend voorwerp inbeslaggenomen. Als verdachte voor het illegaal voorhanden hebben wordt in het onderzoek aangemerkt: [verdachte] .
Het voorwerp werd voor nader onderzoek overgedragen aan het Team Wapens, Munitie en Explosieven:
Wapen: het voorwerp is een semi automatisch (gas) pistool.
Serienummer: EVL-1341343.
Het voorwerp is geschikt om projectielen en weerloosmakende of traanverwekkende stoffen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweeg brengen van een scheikundige ontploffing. Bij het wapen werd een passend patroonmagazijn aangeboden. Derhalve is het voorwerp een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3, gelet op artikel 2 lid 1 categorie Pro III onder 1 van de WWM.
Parketnummer 18/123307-14:
Op 6 augustus 2014 was ik, verbalisant [hoofdagent] , in uniform gekleed met hierover een windstopper met politie embleem op beide mouwen. Ik deed mijn dienst in een onopvallend dienstvoertuig. Ik zag omstreeks 09.30 uur dat een van de mannen die ik van de foto herkende als [verdachte] op mij afliep. Hij sprak mij aan en zei: wil je ook een biertje? Ik zei tegen de man, nee, ik ben van de politie, ik mag niet drinken onder werktijd. Ik vertelde de man dat ik hen in de gaten aan het houden was omdat er het een en ander voorgevallen was op [locatie] . Ik hoorde dat de man riep, op luide niet mis te verstane wijze: succes daarmee, homo! Ik voelde mij hierdoor in mijn goede naam en eer aangetast. Ik liep naar de man toe. Ik hoorde dat de man zei: ben ik nu aangehouden voor het beledigen van een ambtenaar in functie? Ik zei tegen hem: je bent aangehouden voor belediging. Ik, [verbalisant 3] , deelde verdachte de cautie mee bij aanvang van vervoer. Ik hoorde dat verdachte zei: ik had al lang door dat die man van de politie was, daarom ben ik naar hem toegelopen. Ik heb hem vervolgens voor homo uitgescholden.
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
Toepassing van wetsartikelen
DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:
Een gevangenisstraf voor de duur van 660 dagen.
een gedeelte, groot 297 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op drie jaar, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.