Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het ontbindingsverzoek
primairop de grond genoemd in artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel h BW en
subsidiairop de grond genoemd in artikel 7:669 lid Pro 3, onderdeel g BW.
Rechtbank Noord-Nederland
Transship Management B.V. verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer, [verweerster], op grond van bedrijfseconomische omstandigheden en een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer was sinds 2005 in dienst en had een unieke functie binnen het bedrijf. Transship stelde dat vanwege de aanhoudende economische crisis en het terugbrengen van het aantal schepen de functie van de werknemer was komen te vervallen. Omdat het UWV geen toestemming zou verlenen wegens het opzegverbod tijdens ziekte, werd ontbinding op de zogenoemde h-grond gevraagd.
De kantonrechter stelde vast dat het opzegverbod tijdens ziekte geldt en dat ontbinding op de h-grond in dit geval niet mogelijk is, omdat dit de bedoeling van de wet zou ondermijnen. Ook was er onvoldoende bewijs voor een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer had het recht om wettelijke verhogingen te vorderen vanwege te laat betaald salaris, wat niet als rauwelijks dagvaarden werd beoordeeld. Transship had onvoldoende inspanningen getoond om de arbeidsrelatie te verbeteren.
Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen. Wel werd Transship veroordeeld tot betaling van achterstallige pensioenpremies aan de werknemer en tot het verstrekken van een verklaring van Interpolis. Daarnaast werden de proceskosten aan Transship opgelegd. De kantonrechter benadrukte het belang van een oplossing voor de toekomst tussen partijen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het opzegverbod tijdens ziekte en onvoldoende grond voor ontbinding op h- of g-grond.