Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter ex art. 254 lid 5 Rv Pro d.d. 4 mei 2016
[verzoeker] ,
Procesverloop
Motivering
€ 600,00
Rechtbank Noord-Nederland
De werknemer trad in december 2015 in dienst bij Lidl en meldde zich in februari 2016 ziek vanwege een alcoholverslaving, waarvoor hij klinisch werd opgenomen. Lidl stopte de loonbetaling met het argument dat de verslaving opzet of ernstige schuld inhoudt, waardoor loondoorbetaling geweigerd kan worden. De werknemer vorderde betaling van achterstallig en toekomstig loon, inclusief toeslagen en wettelijke rente.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet wist of had moeten weten dat zijn verslaving hem ongeschikt maakte voor zijn functie bij aanvang of tijdens de proeftijd. Ook werd geoordeeld dat de verslaving niet gelijkgesteld kan worden aan opzet in de zin van artikel 7:629 lid 3 BW Pro. De aanvullende weigeringsgrond op basis van redelijkheid en billijkheid werd eveneens verworpen.
Gelet op het spoedeisend belang en de aannemelijkheid van de vordering, werd Lidl veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon vanaf 23 februari 2016 tot en met 31 maart 2016, inclusief vakantietoeslag en ADV-toeslag, alsmede de wettelijke rente over de periode 1 februari tot 31 maart 2016 en het toekomstige loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst. De gevorderde wettelijke verhoging werd gematigd tot nihil en de incassokosten werden afgewezen. Lidl werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Lidl wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig en toekomstig loon aan werknemer wegens ziekte door alcoholverslaving zonder toepassing van weigeringsgrond.