ECLI:NL:RBNNE:2016:2339
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs jeugdprostitutie op 7 september 2014
Op 7 september 2014 werd verdachte beschuldigd van ontucht met een minderjarige prostituee die zich beschikbaar stelde voor seksuele handelingen tegen betaling. Het openbaar ministerie stelde dat verdachte een prostituee had besteld en dat het slachtoffer hem die dag had bezocht.
De rechtbank beoordeelde het bewijs, waaronder verklaringen van het slachtoffer, telefoonlocaties, en foto’s van een routebeschrijving. Hoewel verdachte een prostituee ontving en het slachtoffer als prostituee werkzaam was onder een bepaalde naam, kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat het slachtoffer de bezoekende prostituee was. Er was ruimte voor alternatieve scenario’s waarbij andere vrouwen betrokken konden zijn.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Verdachte werd daarom vrijgesproken van de ten laste gelegde jeugdprostitutie.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer hem als prostituee op 7 september 2014 heeft bezocht.