ECLI:NL:RBNNE:2016:2439
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen bij verstoorde arbeidsverhouding
De zaak betreft een loonsanctie opgelegd door het UWV aan een werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen ten aanzien van een langdurig zieke werknemer. De werknemer was sinds 1989 in dienst en viel in februari 2013 wegens ziekte uit. Het UWV stelde vast dat de werkgever onvoldoende had gedaan om de re-integratie te bevorderen, met name door het niet aanpakken van een verstoorde arbeidsverhouding.
De werkgever voerde aan dat zij passende lichte werkzaamheden had aangeboden en dat er geen sprake was van een arbeidsconflict dat de re-integratie belemmerde. Wel was er sprake van een onbalans tussen de persoonlijkheden van werkgever en werknemer, maar mediation werd niet noodzakelijk geacht. De bedrijfsarts en arbeidsdeskundigen adviseerden echter een mediationtraject vanwege de verstoorde arbeidsrelatie.
De rechtbank concludeerde dat de verstoorde arbeidsverhouding een nadelige invloed had op de re-integratie en dat de werkgever onvoldoende had gedaan om deze te verbeteren, ondanks de adviezen. De werkgever had het mediationadvies niet opgevolgd en geen andere inspanningen verricht om tot een werkbare relatie te komen. Hierdoor was het re-integratieresultaat nihil en was de loonsanctie terecht opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de loonsanctie is ongegrond verklaard.