ECLI:NL:RBNNE:2016:2624
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- H.H.A. Fransen
- M.J.B. Holsink
- M. Haisma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige slachtoffers
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 4 maart 2016 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers in de periode 2010-2014. De tenlastelegging omvatte onder meer het aanraken en betasten van de slachtoffers en het tonen van seksuele afbeeldingen.
Het openbaar ministerie baseerde haar eis op verklaringen van de slachtoffers en een getuige, en voerde aan dat de beschuldigingen consistent waren. De verdediging betoogde dat de verklaringen niet ondersteund werden door objectief bewijs en wees op het drukke werkschema van verdachte, waardoor het onwaarschijnlijk was dat de beschuldigingen klopten.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaringen wettig bewijs vormden, het ontbreken van objectief bewijs en de levenswijze van verdachte onvoldoende overtuigend waren om tot een veroordeling te komen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarige slachtoffers.