Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[veroordeelde] ,
€ 32.199,10 voordeel heeft genoten.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 4 maart 2016 een vonnis gewezen in een zaak waarin veroordeelde werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet, specifiek het exploiteren van een hennepkwekerij.
De officier van justitie had aanvankelijk een ontnemingsvordering van €405.101,52 ingediend, maar stelde deze bij tot €32.199,10. De rechtbank baseerde de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de eigen verklaring van veroordeelde, die huurinkomsten en een aandeel in de opbrengsten van twee oogsten had ontvangen. Na aftrek van energiekosten kwam de rechtbank tot het bedrag van €32.199,10.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de strafrechtafdeling te Groningen en is openbaar uitgesproken tijdens de terechtzitting van 4 maart 2016.
Uitkomst: De rechtbank legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van €32.199,10 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.