Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis van 24 juni 2015,
- het proces-verbaal van comparitie van 18 september 2015,
- de akte na comparitie van [gedaagde] ,
- de antwoordakte na comparitie van de erven [eiser 1 en 2]
2.De feiten
3.Het geschil
primair: verklaart voor recht dat [gedaagde] zijn aandeel in de polissen heeft verbeurd en dat de gemeenschap van goederen die tussen [gedaagde] en de erven [eiser 1 en 2] als erfgenamen van erflaatster bestaat, en die bestaat uit de polissen, zo wordt verdeeld dat de polissen aan de erven [eiser 1 en 2] worden toegedeeld althans dat deze aan [gedaagde] worden toegedeeld onder diens gehoudenheid om de waarde van de polissen aan de erven [eiser 1 en 2] te betalen,
4.De beoordeling
Internationaal privaatrecht
Mijn broer en ik wisten van de levensloopregeling. Mijn moeder wist het ook, zij had nog een afspraak met haar advocaat daar over staan.”Daarop strandt het betoog van de erven [eiser 1 en 2] dat [gedaagde] opzettelijk de polissen heeft verzwegen. Dat [gedaagde] aanvankelijk geweigerd heeft om inzage te verlenen in de waarde van de polissen, maakt het voorgaande niet anders. Het primaire deel van vordering II zal gelet hierop afgewezen.