ECLI:NL:RBNNE:2016:2825
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor zwaar lichamelijk letsel door schuld bij brandincident in bar
Op 26-27 augustus 2014 ontstond in een drukbezochte bar een brandincident waarbij een mengsel van brandbare alcohol en water over de bar werd gegoten en in brand gestoken. Verdachte en zijn medeverdachte werkten achter de bar en waren verantwoordelijk voor het bijschenken van de vloeistof, waardoor een steekvlam ontstond. Diverse bezoekers, waaronder drie slachtoffers, raakten gewond, waarvan één met zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde opzettelijk brandstichten niet bewezen kon worden, omdat niet kon worden vastgesteld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het verbranden van personen heeft aanvaard. Wel werd het subsidiaire feit van schuld aan zwaar lichamelijk letsel bewezen verklaard, omdat verdachte en medeverdachte gezamenlijk de gevaarlijke handelingen verrichtten.
De rechtbank nam verklaringen van getuigen en medische rapporten in overweging, waaronder een forensisch arts die tweedegraads brandwonden en psychische klachten bij het zwaar gewonde slachtoffer bevestigde. De verdediging voerde aan dat het causaal verband tussen het bijschenken en de steekvlam niet vaststond en dat verdachte niets te verwijten viel, maar dit werd verworpen.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 100 uur onbetaalde arbeid, met vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-nakoming. De straf houdt rekening met de ernst van het letsel, de omstandigheden van het incident en de persoonlijke situatie van verdachte, waarbij het recidiverisico als laag werd ingeschat.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur voor het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld bij een brandincident in een bar.