Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Verdachte heeft een zodanig lage intelligentie dat hij in feite functioneert op het niveau van een minderjarige. Naar de mening van de raadsman had zijn cliënt dan ook als strafrechtelijk minderjarige moeten worden behandeld, hetgeen tot gevolg heeft dat ten onrechte is geaccepteerd dat verdachte afstand heeft gedaan van het recht op bijstand. Voorts beroept de raadsman zich op een uitspraak van het Europese Hof (Borg versus Malta nr. 37537/13), waarin het recht op verhoorbijstand van een raadsman wordt bevestigd. Daarnaast heeft verdachte schizofrenie. Er is in onvoldoende mate rekening gehouden met de bijzondere kwetsbaarheid van zijn cliënt.
Verdachte heeft ter terechtzitting van 15 oktober 2015 bekend dat hij in de periode van 16 januari 2015 tot en met 11 juni 2015, 13 meisjes/jonge vrouwen in de provincie Drenthe heeft aangerand. De rechtbank gebruikt deze verklaring voor het bewijs waarmee het verweer van de raadsman, met betrekking tot de bewijsuitsluiting van de verklaringen door verdachte bij de politie afgelegd, geen nadere overweging behoeft.
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is het toegestaan om bewijsmiddelen, die ten grondslag zijn gelegd aan de bewezenverklaring van een strafbaar feit, mede te gebruiken als bewijs voor andere - soortgelijke - strafbare feiten, mits uit die bewijsmiddelen blijkt van een specifiek gedragspatroon van de verdachte dat op essentiële punten overeenkomsten vertoont met de gang van zaken bij het te bewijzen feit.
De rechtbank stelt vast dat alle tenlastegelegde feiten telkens zedendelicten betreffen, die wat betreft de manier van handelen een grote mate van overeenkomst met elkaar vertonen. De rechtbank stelt voorts vast dat uit de aangiften en uit de verklaringen die het bewijs vormen voor het begaan van de feiten ten aanzien van de Drentse zaken blijkt van een consistent patroon in het gedrag van de verdachte dat op essentiële punten overeenkomt met de feitelijke gang van zaken bij de Friese zaken.
Uit de aangiften inzake die feiten blijkt namelijk dat de dader reed op een scooter en dat in die gevallen de dader telkens fietsende meisjes en jonge vrouwen van achteren benaderde. Voorts blijkt uit de aangiften dat de dader zeer dicht naast de aangeefsters ging rijden en onverhoeds met zijn hand de -met kleding bedekte- vagina/schaamstreek en/of andere lichaamsdelen van de aangeefsters betastte. De rechtbank acht dit specifieke gedragspatroon (modus operandi) redengevend voor het bewijs.
De rechtbank acht voor het bewijs voorts redengevend dat de door aangeefsters opgegeven signalementen van de dader een aantal belangrijke overeenkomsten vertonen. Het opgegeven signalement bestaat telkens uit één of meer van de volgende kenmerken: blanke man, leeftijd 40/50 jaar lengte, gezet postuur, bol gezicht met rimpels, dikke handen.
De rechtbank overweegt in dit verband dat de onderdelen van het signalement dat door de aangeefsters is opgegeven ieder op zich zelf genomen wellicht weinig typerend zijn, maar dat de combinatie van alle kenmerken in samenhang bezien een overtuigend geheel vormen in de zin dat het steeds om de zelfde persoon gaat. Daarnaast beschrijven de verbalisanten die verdachte op 16 augustus 2013 staande hebben gehouden hem als een man met een bruin verweerd bol gezicht. Volgens aangeefster [slachtoffer 2] had de dader een snor en hangwangetjes. Dit komt overeen met de foto van verdachte opgenomen op de tweede pagina van het strafdossier inzake de Friese zaken.
De rechtbank acht voor het bewijs inzake de Friese zaken verder redengevend dat de aanrandingen binnen een kort tijdsbestek hebben plaatsgehad, te weten in de periode van 17 juli 2013 tot en met 9 september 2013. Ook zijn de plaatsen delict in elkaars nabijheid gelegen. Alle feiten zijn gepleegd op de fietsroute [plaats 2] - [plaats 1] . De aanrandingen vertonen aldus ook in geografisch opzicht samenhang. Verdachte woonde ten tijde van de gepleegde delicten in [plaats 1] . Daar komt bij dat in de periode na de aanhouding van de verdachte geen aanrandingen meer hebben plaatsgevonden, althans zijn bij de politie geen meldingen meer gedaan van aanrandingen.
Dat er sprake zou zijn van een soort wraakactie en dat één of meerder personen onderhavige feiten zouden hebben gepleegd, zoals door verdachte ter zitting van 15 oktober 2015 is gesteld, is niet aannemelijk geworden.
In die gevallen waar de aangevers niet in de schaamstreek werden betast, maar op armen, benen, schouders dan wel de zij, is de rechtbank van oordeel dat deze handelingen als een begin van uitvoering van aanranding moeten worden aangemerkt en was er sprake van een poging tot aanranding. Verdachte heeft verklaard opgewonden te raken van het aanraken van de vagina en gelet op de uiterlijke verschijningsvormen, was dit het doel van zijn handelen. Er is in alle gevallen sprake van dwingen door geweld, nu verdachte zijn handelingen niet alleen onverhoeds, maar ook hardhandig heeft uitgevoerd.
De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.
1.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
2.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
3.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
4.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
5.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
6.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
7.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
1.poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
2.poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
3.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
4.poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
5.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
6.poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
7.poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
8.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
9.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
10.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
11.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
12.feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
13.feitelijke aanranding van de eerbaarheid.
Daarnaast heeft verdachte door zijn handelen veel maatschappelijke beroering veroorzaakt. Met name de leeftijd van de slachtoffers, het jongste slachtoffer was 10 jaar, het betrekkelijk korte tijdsbestek en het beperkte geografische gebied waarin de delicten zijn gepleegd, speelden daarbij een rol.
De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij, terwijl hij in het verleden eerder is veroordeeld voor soortgelijke zedendelicten en daartoe ook langdurige behandelingen heeft ondergaan, zich niet heeft gewend tot hulpverlenende instanties toen hij bij zichzelf opnieuw de behoefte voelde om zich te vergrijpen aan meisjes/jonge vrouwen. Integendeel, hij is daarmee doorgegaan, zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor zijn slachtoffers. Daarbij komt dat verdachte, geconfronteerd met die gevolgen, in feite zich zelf in de rol van slachtoffer plaatst en voortdurend zijn eigen voorgeschiedenis en problematiek op de voorgrond plaatst.
De rapporteurs schatten het risico op recidive in als hoog, gezien de defecten door de schizofrenie, de verslaving, het frotteurisme waaraan hij geen weerstand kan bieden, de jarenlange behandeling die weinig effect heeft gehad en de terugval in een zelfde delict als waarvoor hij eerder veroordeeld is. Na een klinische opname heeft verdachte een besloten beschermende woonvorm nodig, met een sterk kader en een blijvende begeleiding. Zonder een dergelijk kader zal hij terugvallen in drugsgebruik en mogelijk ook in delictgedrag. Zeker gezien het mislukken van eerdere behandelingen en het bereiken van het behandelplafond is de inschatting van de rapporteurs dat deze strakke begeleiding bij verdachte vele jaren zal gaan duren. Verdachte heeft zich deels wel gehouden aan eerdere voorwaarden van de reclassering zoals deze waren opgesteld bij de eerdere veroordeling, maar niet aan de voorwaarden zoals deze door de [instelling 1] waren opgesteld. Met name het drugsprobleem is gebleven, hetgeen zijn terugval in delictgedrag heeft vergemakkelijkt. De aard van de problematiek is zodanig dat het voor verdachte moeilijk zal zijn om zich aan de voorwaarden te houden. Een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf biedt de mogelijkheid aan verdachte om zich te onttrekken aan de begeleiding die hij heel erg nodig heeft. Bij het schenden van voorwaarden bij een voorwaardelijke gevangenisstraf kan detentie volgen. Hij zal dan worden afgestraft met als gevolg dat hij niet zal worden behandeld en begeleid waarmee de kans op herhaling onveranderd hoog blijft. De voorkeur van beide rapporteurs gaat uit naar een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze kan dan worden omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging op het moment dat verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt.
Verdachte is inmiddels aangemeld bij de [instelling 2] in [plaats 5] en is daar ook geaccepteerd. Na de klinische behandeling die zeker drie jaar in beslag zal nemen kan verdachte volgens de voorwaarden van de reclassering doorstromen naar een beschermde woonvorm.Ingeschat wordt dat gedurende het gehele traject verdachte (incidenteel) drugs of alcohol zal gebruiken. Gezien de jarenlange behandeling en terugval in gedrag is er weinig van een behandeling te verwachten en zal verdachte vooral in een setting moeten gaan wonen waar een goede (psychiatrische) begeleiding wordt gecombineerd met toezicht en controle, afgestemd op zijn intellectuele beperkingen en pathologie. Een reclasseringstoezicht tijdens een proeftijd met voorwaardelijke straf acht de reclassering niet haalbaar. Geadviseerd wordt om de maatregel van TBS met voorwaarden zoals opgenomen in voornoemd rapport op te leggen.
voorwaardenbetreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer
Feit 6
5 mei 2015.
- Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
- Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 18] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 649,95 (zegge: zeshonderdnegenenveertig euro en vijfennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2015.
- Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.