Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 9 december 2015,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- het proces-verbaal van comparitie van 15 maart 2016.
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft de verdeling van een perceel grond in Paramaribo, Suriname, behorende tot de nalatenschap van een overleden erflater. De erfgenamen, bestaande uit vijf kinderen, wensen het perceel te verdelen. Eiseres [A] vordert medewerking van gedaagde [B] aan overdracht van haar rechten tegen betaling van een bedrag, terwijl [B] dit betwist en tevens een tegenvordering instelt wegens onrechtmatig handelen.
De rechtbank stelt vast dat het Nederlandse recht van toepassing is op de wijze van verdeling. De exceptio plurium litis consortium wordt verworpen, omdat alleen [B] haar weigering tot medewerking heeft kenbaar gemaakt. Omdat niet alle erfgenamen instemden met de voorgestelde verdeling, bepaalt de rechtbank zelf de wijze van verdeling op grond van artikel 3:185 BW Pro.
De waarde van het perceel wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde van twee taxatierapporten, wat leidt tot een bedrag van € 6.984,43. Het perceel wordt toegewezen aan [A], die wegens overbedeling aan de overige erfgenamen een bedrag verschuldigd is. De rechtbank wijst de vorderingen van [B] tot vergoeding van taxatiekosten af en compenseert de proceskosten tussen partijen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het perceel wordt toegewezen aan eiseres met een financiële afrekening aan mederfgenamen en overige vorderingen worden afgewezen.