Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter d.d. 28 juni 2016
[A] ,
[B] ,
Procesverloop
Dat het bootje bij[C]was gestald, had niet mijn voorkeur.” De overige opmerkingen van [B] laat de rechtbank buiten beschouwing, nu deze geen betrekking hebben op fouten en/of onvolkomenheden in het proces-verbaal van de terechtzitting.
Motivering
2.De feiten
[C] te [woonplaats] (hierna te noemen: [C] ), zijnde het bedrijf van een bevriende relatie van [B] . Uit hoofde van de stallingsovereenkomst heeft het bootje vanaf ongeveer oktober 2008 tot en met heden op het terrein van [C] gestaan.