Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Procesverloop
Beoordeling
€ 23.689,39 aan materiële schade en € 1.900,- aan immateriële schade.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 15 februari 2016 een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €15.244,- door de officier van justitie tegen verdachte. Deze vordering werd ingediend na strafrechtelijke vervolging wegens diefstal en afpersing in vereniging.
Tijdens de terechtzitting op 1 februari 2016 werd tevens de vordering van de benadeelde partij besproken, die een schadevergoeding van €23.689,39 aan materiële schade en €1.900,- aan immateriële schade eiste. De officier van justitie handhaafde de ontnemingsvordering, maar gaf aan dat indien de schadevergoeding volledig zou worden toegewezen, de ontnemingsvordering afgewezen diende te worden.
De raadsman van verdachte sloot zich hierbij aan. De rechtbank heeft vervolgens bij vonnis van 15 februari 2016 de vordering van de benadeelde partij volledig toegewezen en overeenkomstig het verzoek van officier van justitie en raadsman de ontnemingsvordering afgewezen.
De beslissing is genomen op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank concludeerde dat toewijzing van de schadevergoeding de ontnemingsvordering overbodig maakte en wees deze daarom af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming af na volledige toewijzing van de schadevergoeding aan de benadeelde partij.