ECLI:NL:RBNNE:2016:3144
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 17 juni 2016 uitspraak gedaan in een zaak waarbij veroordeelde werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door hennepteelt. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, begroot op €34.978,00.
De rechtbank baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op diverse proces-verbalen, waaronder getuigenverklaringen en een rapport van een verbalisant over de opbrengst van vijf oogsten hennepplanten verdeeld over drie ruimtes. De bruto opbrengst werd berekend op €116.267,47, verminderd met kosten van €16.332,26, resulterend in een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €99.935,21.
De rechtbank nam daarbij aan dat veroordeelde samen met ten minste één mededader voordeel had genoten, maar onvoldoende aanwijzingen waren voor gezamenlijke beschikking over de gehele opbrengst. Daarom werd het voordeel pondspondsgewijs toegerekend, en veroordeelde werd verplicht tot betaling van €49.967,60 aan de staat.
De uitspraak werd gedaan door mr. J. van Bruggen, voorzitter, en mrs. M. Haisma en N.A. Vlietstra, waarbij mr. Vlietstra niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €49.967,60 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.