Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Caparis N.V.,
1.De procedure
2.De feiten
5.De beoordeling van de verzoeken
'een tekort aan personeel'. [medewerker 2 Caparis] is al vanaf september 2010 verbonden aan Caparis. [verweerder] meende en mocht op grond van het feit dat hij de Procesbeschrijving zelf had geschreven ook aannemen dat de Procesbeschrijving slechts van toepassing is op de inschakeling van nieuwe (in te huren) medewerkers, waarmee Caparis - anders dan met [medewerker 2 Caparis] - nog geen relatie had. [verweerder] mocht zich gesterkt weten in deze interpretatie van de Procesbeschrijving, omdat Glas , de toenmalige (waarnemend) algemeen directeur van Caparis, de looptijd van de managementovereenkomst met [medewerker 2 Caparis] op 18 februari 2015 ook namens Caparis had verlengd. Deze verlenging is ook niet voorgelegd aan de RvC. Hierover heeft de RvC zich destijds echter niet beklaagd of gesteld dat deze verlenging zich niet verhoudt tot de binnen Caparis geldende interne regels, in het bijzonder de Procesbeschrijving. [verweerder] mocht hieruit ook begrijpen dat voor het verlengen van een managementovereenkomst met een bestaande relatie geen overleg hoefde plaats te vinden met de RvC en dat de (concept-)overeenkomst van 30 oktober 2015 niet hoefde te worden voorgelegd aan de RvC. Hierbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat tijdens de RvC-vergadering van 13 juni 2013, bij gelegenheid waarvan is gesproken over de verlenging van de overeenkomst met [medewerker 2 Caparis] voor de periode van 1 september 2013 tot en met 31 augustus 2013, is opgemerkt dat [medewerker 2 Caparis] "niet meer kan worden gezien als een interim". Voorts dient te worden aangenomen dat [verweerder] met het ondertekenen van de managementovereenkomst op 30 oktober 2015 slechts de afspraken die toenmalig directeur Glas met [medewerker 2 Caparis] al eerder in 2015 had gemaakt, heeft geformaliseerd door het ondertekenen van de overeenkomst. [verweerder] heeft hiermee uitvoering gegeven aan de tussen [medewerker 2 Caparis] en Glas gemaakte afspraken. Caparis heeft nog gesuggereerd dat het sluiten van het contract van 30 oktober 2015 een wraakactie betreft van [verweerder] , [medewerker 2 Caparis] en Glas . Deze beschuldiging berust echter op ongefundeerde aannames aan de zijde van Caparis en vindt geen steun in de door Caparis aan haar ontbindingsverzoek ten grondslag gelegde feiten. De kantonrechter gaat hier dan ook aan voorbij.