ECLI:NL:RBNNE:2016:331
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens hennepresten onvoldoende gegrond
De burgemeester van de gemeente Tynaarlo heeft het bedrijfspand van verzoeker voor drie maanden gesloten op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet vanwege het aantreffen van een hennepkwekerij. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 1 februari 2016 is gebleken dat in het pand geen hennepplanten waren aangetroffen, maar slechts niet nader aangeduide hennepresten. De politie had dit vastgesteld in rapportages van 8 december 2015 en 25 januari 2016. De voorzieningenrechter oordeelde dat het aantreffen van dergelijke resten onvoldoende is om te concluderen dat er een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet aanwezig was of werd verkocht, afgeleverd of verstrekt.
Gezien het voorlopige karakter van het oordeel en het ontbreken van een lijn in de rechtspraak die tot een andere conclusie leidt, werd het bezwaar van verzoeker als kansrijk beschouwd. Daarom werd het primaire besluit geschorst, het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoed en verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van het bedrijfspand wordt geschorst wegens onvoldoende bewijs voor handhavend optreden op grond van artikel 13b Opiumwet.