Uitspraak
2.De feiten
3.Het standpunt van belanghebbenden
4.De beoordeling
5.De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak stond een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De kinderrechter wees dit verzoek af omdat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de opvoedingssituatie bij de vader, naar wie de overplaatsing zou plaatsvinden. Er was sprake van een wezenlijke strijd tussen de belangen van de minderjarige en die van zijn ouders over zijn hoofdverblijfplaats. De minderjarige heeft PDD NOS en forse gedragsproblematiek, wat de situatie complex maakt.
De kinderrechter oordeelde dat benoeming van een bijzondere curator noodzakelijk was om de belangen van de minderjarige te waarborgen. Deze bijzondere curator moet bemiddelen tussen de ouders en de GI, en de minderjarige vertegenwoordigen in procedures over zijn verblijfplaats en eventuele nieuwe kinderbeschermingsmaatregelen. De curator mag ook zelfstandig procedures starten indien dit in het belang van de minderjarige is.
De moeder, vader en GI waren het eens met de benoeming van de bijzondere curator. De kinderrechter wees erop dat voor de zussen van de minderjarige geen bijzondere curator wordt benoemd omdat er geen wezenlijk geschilpunt over hun verblijfplaats bestaat. De benoemde bijzondere curator, een advocaat, moet binnen zes maanden verslag uitbrengen aan de rechtbank en belanghebbenden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De kinderrechter benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige met gedragsproblemen te behartigen in het geschil over zijn hoofdverblijfplaats.