ECLI:NL:RBNNE:2016:3490
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Aanranding in uitgaansgelegenheid bewezenverklaard zonder strafoplegging vanwege impact
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 22 juli 2016 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van aanranding van een vrouw in een uitgaansgelegenheid. De aangeefster verklaarde dat verdachte haar onverhoeds onder haar jurk in haar kruis had gegrepen, waarbij hij haar binnenste schaamlippen raakte. Getuigenverklaringen ondersteunden deze verklaring, en verdachte erkende aanwezig te zijn geweest, maar ontkende ontuchtige intentie.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was en dat de verklaringen onvoldoende betrouwbaar waren, mede door de media-aandacht. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs, bestaande uit de verklaring van aangeefster en twee getuigen, voldoende was om het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. De rechtbank verwierp het verweer dat de handeling niet ontuchtig was, aangezien de aard van de aanraking dit wel impliceerde.
Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf en taakstraf vorderde, hield de rechtbank rekening met de ernstige negatieve gevolgen van de zaak voor verdachte, waaronder verlies van baan, relatie en sociaal contact, mede door media-aandacht en publicatie van een herkenbare foto. De rechtbank besloot verdachte schuldig te verklaren, maar geen straf of maatregel op te leggen vanwege het ontbreken van een gerechtvaardigd doel bij strafoplegging.
De uitspraak benadrukt de balans tussen strafrechtelijke verantwoordelijkheid en de impact van strafzaken op het persoonlijke leven van verdachten, waarbij de rechtbank afzag van strafoplegging ondanks bewezen aanranding.
Uitkomst: Verdachte schuldig bevonden aan aanranding, maar geen straf opgelegd vanwege de impact van de media-aandacht op zijn leven.