De zaak betreft een geschil tussen projectontwikkelaar De Wending en de gemeente Grootegast over de nakoming van een overeenkomst uit 2005 betreffende de ontwikkeling en overdracht van een bedrijventerrein. De Wending had het plangebied bouwrijp gemaakt en wilde de openbare ruimte overdragen, maar de gemeente weigerde mee te werken vanwege vermeende gebreken en onvolledige eigendom.
De rechtbank oordeelt dat De Wending niet tekort is geschoten in haar verplichtingen. De projectontwikkelaar is niet de eigenaar van alle percelen, maar heeft voldoende aangetoond dat zakelijke rechten voor nutsvoorzieningen zullen worden gevestigd en dat zij de openbare ruimte adequaat heeft onderhouden. De door de gemeente aangevoerde gebreken zijn onvoldoende onderbouwd en deels reeds bekend sinds 2005/2006.
De gemeente heeft de overeenkomst ten onrechte gedeeltelijk ontbonden en is verplicht om mee te werken aan de overdracht van de openbare ruimte. Tevens moet zij de energievoorzieningen in stand houden en de facturen betalen totdat de overdracht heeft plaatsgevonden. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.