ECLI:NL:RBNNE:2016:3693

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 augustus 2016
Publicatiedatum
5 augustus 2016
Zaaknummer
5211815 \ CV EXPL 16-7896
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 WORArt. 36 lid 2 WORArt. 254 lid 5 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling adviesrecht ondernemingsraad bij benoeming interim-bestuurder

De ondernemingsraad (OR) van Caparis N.V. vorderde in kort geding de schorsing van de benoeming van de heer Lincklaen Arriëns als interim-bestuurder totdat de kantonrechter had beslist over het adviesrecht van de OR ex artikel 36 lid 2 van Pro de WOR. Tevens vorderde de OR een dwangsom bij niet-naleving.

Caparis stelde in voorwaardelijke reconventie dat de OR binnen 48 uur advies moest uitbrengen over de benoeming en beschikbaar moest zijn voor overleg. De kantonrechter oordeelde dat de benoeming van Lincklaen Arriëns aan de OR ter advisering had moeten worden voorgelegd en veroordeelde Caparis in de proceskosten van de OR.

Gezien deze beslissing had de OR geen belang meer bij haar vordering tot schorsing, die daarom werd afgewezen. De voorwaardelijke eis van Caparis behoefde geen bespreking. De OR werd veroordeeld in de proceskosten van Caparis, vastgesteld op nihil vanwege gezamenlijke behandeling van de zaken.

De uitspraak bevestigt het belang van het adviesrecht van de OR bij benoemingen van interim-bestuurders en benadrukt de procedurele correctheid bij dergelijke benoemingen.

Uitkomst: De vorderingen van de ondernemingsraad worden afgewezen en de OR wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rolnummer: 5211815 / CV EXPL 16-7896

vonnis van de kantonrechter ex art. 254 lid 5 Rv Pro d.d. 10 augustus 2016

inzake

de ONDERNEMINGSRAAD VAN CAPARIS N.V.,

gevestigd te Drachten,
eiser in conventie
verweerder in voorwaardelijke reconventie,
gemachtigde: mr. E.K. Christiaansen,
tegen
de naamloze vennootschap
CAPARIS NV,
gevestigd te Drachten,
gedaagde in conventie,
eiseres in voorwaardelijke reconventie,
gemachtigde: mr. E.W. Kingma.
Partijen zullen hierna de OR en Caparis worden genoemd.

Procesverloop

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties
- producties aan de zijde van Caparis
- de mondelinge behandeling van het kort geding op 22 juli 2016 (waarbij Caparis vrijwillig is verschenen) gezamenlijk met het door de OR ingediende verzoekschrift ex artikel 36 lid 2 Wor Pro (bekend onder zaak-/rolnummer: 5230917/VZ VERZ 16-22), waarbij de gemachtigde van Caparis het standpunt van zijn cliënte heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie en waarbij Caparis een voorwaardelijke eis in reconventie heeft ingesteld.
1.2
Nadat de zaak is aangehouden voor schikkingsonderhandelingen hebben beide partijen meegedeeld geen minnelijke regeling te hebben bereikt.
1.3.
Vervolgens is vonnis bepaald op heden.

Motivering

De vorderingen
2.1.
De OR vordert, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. het besluit tot benoeming van de heer Lincklaen Arriëns te schorsen, totdat door de kantonrechter op grond van een verzoek van de OR ex artikel 36, tweede lid van de Wor over het adviesrecht bij benoeming van de interim-directeur is beslist, zulks onder oplegging van een dwangsom van € 10.000, - per dag;
2. Caparis in de kosten van deze procedure te veroordelen.
2.2.
Caparis vordert in voorwaardelijke reconventie, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de OR te gebieden om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis en indiening van de adviesaanvraag ex artikel 30 Wor Pro met betrekking tot de heer P.N. Lincklaen Arriëns, advies te verstrekken en de OR te gebieden binnen de periode van 48 uur beschikbaar te zijn voor een eventueel benodigde overlegvergadering.
De beoordeling
3.1.
Bij beschikking van heden heeft de kantonrechter op het door de OR gedane verzoek ex artikel 36 lid 2 Wor Pro als volgt beslist:
verklaart voor recht dat dat de benoeming van Lincklaen Arriëns ter advisering aan de OR had moeten worden voorgelegd;
veroordeelt Caparis in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de OR vastgesteld op
€ 717,00;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
3.2.
Gelet op deze beslissing heeft de OR thans geen belang meer bij haar vordering in kort geding. Deze vordering zal derhalve worden afgewezen.
3.3.
De voorwaardelijke eis in reconventie van Caparis, die is ingesteld onder de voorwaarden dat (i) artikel 30 Wor Pro van toepassing is en (ii) artikel 36 lid 2 Wor Pro mogelijk maakt dat Lincklaen Arriëns wordt geschorst, behoeft, gelet op voormelde beslissing, geen bespreking.
3.4.
De OR zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Caparis vastgesteld op nihil, nu een gezamenlijke behandeling van het kort geding en het verzoekschrift heeft plaatsgevonden en niet is gebleken van extra ten behoeve van het kort geding gemaakte proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:
Rechtdoende in kort geding
wijst de vorderingen van de OR af;
veroordeelt de OR in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Caparis vastgesteld op nihil.
Aldus gewezen door mr. C.M. Telman, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 augustus 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.
c 471