Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 september 2016 in de zaak tussen
[verzoekers], te [plaats], verzoekers,
de besloten vennootschap [naam]., gevestigd te [plaats], vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die is verleend voor het oprichten van 26 grondgebonden woningen in Groningen en verzochten om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overweegt dat het spoedeisende belang aanwezig is omdat de bouwwerkzaamheden zijn gestart. Het bestreden besluit is getoetst aan het bestemmingsplan, het Bouwbesluit 2012, de welstandsnota en het voorbereidingsbesluit. Verzoekers betogen onder meer dat de vergunning onrechtmatig is omdat deze betrekking heeft op dezelfde percelen als een eerder geschorste vergunning en dat het bouwplan in strijd is met het stedenbouwkundig plan en de welstandsnota.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vergunning terecht is verleend en dat de geschorste vergunning niet in de weg staat aan het nieuwe besluit. Het welstandsadvies van de stadsbouwmeester is deskundig en zorgvuldig tot stand gekomen en er zijn geen concrete aanwijzingen dat dit onjuist is. Verder voldoet het bouwplan aan de parkeernormen uit de Bouwverordening en is de bereikbaarheid van de parkeerplaatsen voldoende onderbouwd. De verkeersveiligheid wordt niet aangetast door het bouwplan. De voorzieningenrechter ziet geen reden om het verzoek tot voorlopige voorziening toe te wijzen en wijst het af.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.