Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
mr. T.K. Hoogslag(hierna verder te noemen: mr. Hoogslag), rechter van deze rechtbank.
Rechtbank Noord-Nederland
Op 29 juni 2016 behandelde de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Nederland het verzoek van [A] tot wraking van mr. T.K. Hoogslag als rechter in een erfrechtelijke procedure. [A] stelde dat mr. Hoogslag mogelijk niet onpartijdig kon zijn vanwege een bestuursfunctie bij de Rabobank en zijn voormalige werkkring als advocaat bij Trip advocaten en notarissen.
De wrakingskamer overwoog dat de norm voor wraking is vastgelegd in artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De enkele subjectieve vrees van verzoeker is niet voldoende.
Mr. Hoogslag verklaarde nooit een bestuursfunctie bij de Rabobank te hebben bekleed en dat zijn voormalige werkkring als advocaat tot 1994 geen belemmering vormt voor zijn onpartijdigheid, temeer daar het testament dat centraal staat in de hoofdzaak pas in 2013 door Trip werd opgesteld en hij daarbij niet betrokken was.
De wrakingskamer concludeerde dat noch de vermeende nevenfunctie, noch de voormalige werkkring aanleiding geven tot twijfel aan de onpartijdigheid van mr. Hoogslag. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Hoogslag is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid.