Verzoekster exploiteert een agrarisch bedrijf met mestvergisting en warmtekrachtinstallatie. Verweerder legde een preventieve last onder dwangsom op omdat verzoekster het maximum aantal vergunde vrachtwagenbewegingen van tien per dag overschreed. Verzoekster betwistte de grondslag en de onderbouwing van het besluit en stelde dat zij aan de geluidsnormen voldeed.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het maximum aantal vervoersbewegingen als zelfstandige activiteit moet worden beoordeeld en dat bestaande rechten slechts aan vergunde activiteiten kunnen worden ontleend. De overschrijding van het aantal vervoersbewegingen vormt een gevaar van overtreding van een wettelijk voorschrift, dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden.
Hoewel verweerder ten onrechte artikel 2.3 Wabo als grondslag gebruikte, kan dit gebrek in de bezwaarfase worden hersteld zonder dat het feitencomplex wijzigt. De voorzieningenrechter zag geen reden om de voorlopige voorziening toe te wijzen, mede gezien het spoedeisende belang en de belangenafweging. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.