Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2016 in de zaak tussen
Corlijnen B.V. en [eiser], te [plaats],
McDonald’s Nederland B.V., te Amsterdam (gemachtigden: mr. Y. Mijhad en mr. C.M. den Outer).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep tegen de omgevingsvergunning verleend aan McDonald’s Nederland B.V. voor de bouw van een McDonald’s restaurant met drive-thru op een perceel te Sneek. Eisers, waaronder Corlijnen B.V. en [eiser], stelden dat zij belanghebbenden waren en voerden diverse beroepsgronden aan, waaronder strijd met het bestemmingsplan, onvoldoende parkeerplaatsen, onduidelijkheid over reclame-uitingen, en het horecabeleid.
De rechtbank oordeelde dat Corlijnen B.V. als projectontwikkelaar wel belanghebbende was, maar [eiser] niet, waardoor het beroep van laatstgenoemde niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank toetste vervolgens de beroepsgronden van Corlijnen aan het relativiteitsvereiste en concludeerde dat de bezwaren over parkeerplaatsen en reclame-uitingen niet direct haar belangen beschermden en daarom niet ontvankelijk waren.
Verder werd geoordeeld dat de toename van werkgelegenheid door het project aannemelijk was en dat het horecabeleid geen belemmering vormde voor de vergunningverlening. Het project paste niet binnen het bestemmingsplan, maar de vergunning werd op grond van de Wabo toch verleend met een goede ruimtelijke onderbouwing. Het beroep van Corlijnen werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van [eiser] is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van Corlijnen B.V. ongegrond; de omgevingsvergunning blijft van kracht.