Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[de vader] ,
[de moeder],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Ruimzicht.
2.De feiten
allebewoners?
3.De vordering
4.Het geschil en de beoordeling daarvan
EUR 816,00
Rechtbank Noord-Nederland
De ouders en bewindvoerders van [B], een vrouw met het Downsyndroom, vorderden in kort geding dat zorginstelling Ruimzicht hen weer toegang geeft tot het appartement van [B] en de zorg en begeleiding hervat conform de gesloten overeenkomsten. Ruimzicht had een toegangsverbod opgelegd na incidenten met een medebewoner en de huur- en zorgovereenkomsten opgezegd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het toegangsverbod disproportioneel was en dat Ruimzicht onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er gewichtige redenen waren voor de opzegging van de zorgovereenkomsten. Het conflict lag tussen de ouders en Ruimzicht, niet tussen [B] en Ruimzicht, en de incidenten betroffen vooral gedragsproblemen van de medebewoner.
De rechtbank stelde dat Ruimzicht te snel tot het toegangsverbod en de opzegging was overgegaan zonder voldoende inspanningen voor overleg en externe hulp. De zorgovereenkomsten zijn daarom niet rechtsgeldig opgezegd en de huurovereenkomst volgt het lot van de zorgovereenkomsten. Ruimzicht werd veroordeeld om binnen zes weken [B] weer toe te laten tot haar appartement en de zorg te hervatten, met dwangsommen bij niet-nakoming.
De rechtbank benadrukte dat de relatie tussen ouders en zorginstelling moeizaam is, maar dat Ruimzicht als professionele partij een hoge tolerantiegrens moet hanteren en zich moet inspannen voor een werkbare situatie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de kosten van de procedure zijn voor Ruimzicht.
Uitkomst: Ruimzicht wordt veroordeeld om binnen zes weken [B] weer toe te laten tot haar appartement en zorg te verlenen conform de overeenkomsten.