ECLI:NL:RBNNE:2016:5208

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 november 2016
Publicatiedatum
24 november 2016
Zaaknummer
C/17/151086 / KG ZA 16/275
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 611a lid 3 RvArt. 1019i lid 1 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op openbaarmaking muziekwerken zonder licentie in bedrijfsruimten

In deze kortgedingprocedure hebben Buma en Sena, verenigingen die auteurs- en naburige rechten beheren, een verbod geëist tegen gedaagden wegens het zonder licentie openbaar maken van muziekwerken en fonogrammen in hun bedrijfsruimten.

Gedaagden zijn niet verschenen, waarna verstek is verleend. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vorderingen van Buma c.s. gegrond zijn en legde een verbod op aan gedaagden om muziekwerken uit het Buma-repertoire en commerciële fonogrammen zonder licentie openbaar te maken.

Daarnaast werden dwangsommen vastgesteld van €500 per dag tot een maximum van €5.000 per overtreding. De termijn voor het instellen van de hoofdzaak werd op zes maanden gesteld. Gedaagden werden veroordeeld in de proceskosten van Buma c.s. ter hoogte van €1.259,49.

Uitkomst: Gedaagden is verboden muziekwerken zonder licentie openbaar te maken en dwangsommen zijn opgelegd bij overtreding.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/151086 / KG ZA 16-275
Vonnis in kort geding van 23 november 2016
in de zaak van
1. de vereniging
VERENIGING BUMA,
gevestigd te Amstelveen,
2. de stichting
STICHTING TER EXPLOITATIE VAN NABURIGE RECHTEN,
gevestigd te Hilversum,
eiseressen,
hierna te noemen Buma respectievelijk Sena en tezamen te noemen Buma c.s.,
advocaat mr. S.R.M.T. Janssen te Hoofddorp,
tegen
1. de vennootschap onder firma
[gedaagde sub 1]
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats] , mede wonende te [woonplaats] ,
3.
[gedaagde sub 3],
wonende te [woonplaats] , mede wonende te [woonplaats] ,
gedaagden,
hierna te noemen [gedaagden] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 20 oktober 2016
  • de mondelinge behandeling van 4 november 2016
  • het tijdens de behandeling tegen gedaagden verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De vorderingen van Buma c.s. komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen zullen daarom worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende.
2.2.
Aan de gevorderde dwangsommen zal per veroordeling een maximum worden verbonden van € 5.000,00 en de voorzieningenrechter zal gelet op het bepaalde in artikel 611a lid 3 Rv bepalen dat [gedaagden] de dwangsom pas verbeurt indien zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met de haar opgelegde verboden.
2.3.
De in artikel 1019i lid 1 Rv bedoelde termijn voor het instellen van de hoofdzaak wordt ambtshalve vastgesteld op zes maanden na betekening van dit vonnis.
2.4.
[gedaagden] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Buma c.s. worden vastgesteld op:
- dagvaarding € 113,49
- griffierecht 619,00
- salaris advocaat
527,00
Totaal € 1.259,49.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verbiedt [gedaagden] om in de lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig muziekwerk behorende tot het Buma-repertoire als bedoeld onder punt 1 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van heden, voor zover [gedaagden] daartoe geen licentie van Buma heeft verkregen;
3.2.
bepaalt dat [gedaagden] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met het onder r.o. 3.1 bepaalde, aan Buma een dwangsom verbeurt van € 500,00, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt;
3.3.
verbiedt [gedaagden] om in haar lokaliteiten en/of bedrijfs- en/of praktijkruimten in het kader van de beroepsbeoefening of bedrijfsvoering enig voor commerciële doeleinden uitgebracht fonogram of reproductie daarvan als bedoeld onder punt 2 in het lichaam van de dagvaarding ten gehore te (laten) brengen of anderszins openbaar te maken met ingang van heden, voor zover [gedaagden] daartoe geen licentie van Sena heeft verkregen;
3.4.
bepaalt dat [gedaagden] voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met het onder r.o. 3.3. bepaalde, aan Sena een dwangsom verbeurt van € 500,00, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt;
3.5.
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van Buma c.s. tot op heden vastgesteld op € 1.259,49;
3.6.
bepaalt ingevolge het bepaalde in artikel 1019i Rv de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op zes maanden na betekening van dit vonnis;
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Sanna en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2016. [1]

Voetnoten

1.type: 680.