ECLI:NL:RBNNE:2016:5312
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens vermeende vooringenomenheid rechter
In deze civiele wrakingsprocedure heeft de eiser, die visueel gehandicapt is, een verzoek ingediend tot wraking van kantonrechter J.E. Biesma. De eiser stelde dat hem onrecht werd aangedaan doordat hem de mogelijkheid tot een mondelinge behandeling werd ontzegd, wat volgens hem in strijd is met artikel 6 EVRM Pro. Tevens werd aangevoerd dat de rechter hem onvoldoende tijd had gegeven om te reageren op ingediende stukken, wat zou duiden op vooringenomenheid.
De wrakingskamer, bestaande uit drie rechters, oordeelde dat het wrakingsverzoek ontvankelijk was omdat het zich niet uitsluitend richtte tegen de motivering van een rechterlijke beslissing. De kamer stelde echter vast dat er geen objectieve of subjectieve aanwijzingen waren voor partijdigheid of vooringenomenheid van de kantonrechter. Het feit dat de rechter een procesbeslissing nam die negatief uitviel voor de eiser, is op zichzelf onvoldoende grond voor wraking.
De wrakingskamer overwoog dat de eiser voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunten schriftelijk uiteen te zetten en dat de communicatie met zijn gemachtigde adequaat was. Ook het feit dat de eiser visueel gehandicapt is, maakte dit niet anders. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en de procedure werd voortgezet in de bestaande stand.
De uitspraak werd op 7 september 2016 door de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Biesma is ongegrond verklaard en afgewezen.