In deze zaak heeft de vrouw verzocht om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de minderjarige. De man heeft de stelling van de vrouw dat hij de verwekker is niet betwist, maar weigert mee te werken aan het door de rechtbank bevolen deskundigenonderzoek, een DNA-onderzoek.
De rechtbank overweegt dat partijen verplicht zijn mee te werken aan deskundigenonderzoek op grond van artikel 198, derde lid, Rv. Bij weigering kan de rechter een gevolgtrekking verbinden die hij geraden acht. Gezien het ontbreken van betwisting en de weigering van de man om mee te werken, concludeert de rechtbank dat de man geacht wordt de vader te zijn.
De rechtbank wijst het verzoek van de bijzondere curator tot vaststelling van het vaderschap toe. Tevens veroordeelt zij de man tot betaling van de kosten van het DNA-onderzoek van € 100,--. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen binnen drie maanden in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.