ECLI:NL:RBNNE:2016:5585

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
20 december 2016
Publicatiedatum
20 december 2016
Zaaknummer
5481013 / MB VERZ 16-270
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2, derde lid, WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie voor snelheidsovertreding ondanks betwisting tijdstip en meethoek

De betrokkene werd beboet voor het rijden met 61 km/uur op een locatie in Roden, waar de maximumsnelheid 53 km/uur bedroeg, op 29 februari 2016 om 12:33 uur. Hij stelde dat het tijdstip in de beschikking onjuist was omdat de flitsfoto een tijdstip van 12:33:01 uur vermeldde en voerde aan dat de snelheidsmeting onjuist was vanwege een meethoek van 60 graden.

De kantonrechter oordeelde dat het tijdstip in de beschikking voldoende nauwkeurig was vastgelegd en dat het verschil van enkele seconden niet afdoet aan de geldigheid. De ambtseedverklaring van de verbalisanten en de flitsfoto boden een voldoende grondslag voor de snelheidsovertreding. Er was geen bewijs dat de meting onjuist was uitgevoerd, noch dat de meethoek de meting beïnvloedde.

Verder concludeerde de rechter dat de tariefmatige sanctie van €53 passend was en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die matiging rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de sanctie bleef in stand.

De beslissing werd op 20 december 2016 uitgesproken door kantonrechter Venema tijdens een openbare zitting in Assen. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, tenzij de sanctie niet hoger is dan €70.

Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve sanctie van €53 wegens snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en de sanctie blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Assen
zaaknummer: 5481013 \ MB VERZ 16-270
CJIB-/CVOMnummer: [nummer]/HX0340
Op de openbare terechtzitting van 6 december 2016 heeft de kantonrechter mr. M.B.W. Venema bijgestaan door G. Everts als griffier het beroepschrift behandeld van:

[betrokkene] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: de betrokkene,
gericht tegen een door de officier van justitie op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) genomen beslissing, met bovenvermeld CJIB-nummer.
De betrokkene is ter zitting verschenen. Namens de officier van justitie is ter zitting verschenen K. van den Berg, die heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
De kantonrechter heeft op de openbare terechtzitting van 20 december 2016 haar beslissing uitgesproken.

De beoordeling

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 53,00 vanwege een overschrijding van de maximumsnelheid met 8 km/uur met een auto met het kenteken
[XXX] op De Zulthe ter hoogte van perceel 5 te Roden op 29 februari 2016 om 12:33 uur.
De betrokkene is het niet eens met de sanctie en heeft beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. De betrokkene is het niet eens met die beslissing en heeft daarom beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Betrokkene voert aan dat in de beschikking staat dat de overtreding is begaan om 12.33 uur, terwijl op de flitsfoto het tijdstip 12:33:01 uur is genoteerd. Volgens betrokkene is er dus een foute tijd genoteerd in de beschikking. Verder voert hij aan dat de meting niet juist is geweest omdat "de overtreding is gemaakt in een hoek van 60 graden".
In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
Ter zake van onderhavige gedraging is een foto gemaakt. Uit de foto blijkt dat op 29 februari 2016 om exact 12:33:01.704 uur een voertuig met het kenteken [XXX] ter plaatse reed met een gemeten snelheid van 61 kilometer per uur.
Betrokkene ontkent niet dat het zijn auto is die op de foto is te zien. Dat hij te snel reed staat ook niet ter discussie. Anders dan betrokkene aanneemt is het tijdstip van de overtreding wel degelijk juist vastgelegd in de beschikking. Daarin staat immers als tijdstip vermeld: 12:33 uur. Dat het tijdstip niet op de milliseconde nauwkeurig is overgenomen in de beschikking, doet aan de geldigheid van de beschikking niet af.
Dat de meting op onjuiste wijze heeft plaatsgevonden is ook niet gebleken. De verbalisanten hebben in het zaakoverzicht op ambtseed verklaard dat de snelheid is vastgesteld met behulp van een op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. De kantonrechter ziet geen aanleiding om hier aan te twijfelen. Dat er schuin, vanuit een hoek van 60° is gemeten, is door betrokkene gesteld, maar op geen enkele manier - ook niet uit de van de overtreding gemaakte foto - gebleken.
De gedraging is derhalve vast komen te staan.De vraag is vervolgens of er sprake is van omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken dan wel matiging van de sanctie rechtvaardigen.
De kantonrechter neemt bij die beoordeling in ogenschouw dat de hoogte van de sanctie voor elke gedraging ingevolge artikel 2, derde lid, van de WAHV is vastgelegd in de bij de wet behoren bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
De kantonrechter ziet in de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding te oordelen dat het opleggen van de sanctie niet billijk was dan wel matiging gerechtvaardigd is.
Het beroep zal gelet op het voorgaande ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat de beslissing van de officier van justitie en de bij de inleidende beschikking opgelegde sanctie in stand blijven.

De beslissing

De kantonrechter:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze beschikking is gegeven op 20 december 2016 door mr. M.B.W. Venema, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting.
conc.: ge
coll.:

Beslissing verzonden op:

Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te Leeuwarden, tenzij de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie niet meer bedraagt dan € 70,00.
Het Hoger beroep kan worden ingesteld door binnen 6 weken na de hierboven vermelde verzenddatum een beroepschrift in te dienen bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Privaatrecht, Locatie Assen (Postbus 970, 9400 AZ Assen).
“De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.”