Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.grootvader,
grootmoeder,
1.vader,
moeder,
1.De procedure
- de dagvaarding (met bijlagen);
- de mondelinge behandeling van 8 december 2016, alwaar partijen zijn verschenen bijgestaan door hun raadslieden.
Rechtbank Noord-Nederland
Grootouders vorderen in kort geding een omgangsregeling met hun kleinkinderen, waarbij de kinderen om de veertien dagen een weekend bij hen zouden verblijven. Zij hadden voorheen regelmatig contact en pasten op de kinderen, maar sinds een conflict met de ouders is het contact verbroken. De ouders weigeren herstel van de verstandhouding en vinden omgang niet wenselijk vanwege conflicten en het welzijn van de kinderen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat voor een omgangsregeling tussen grootouders en kleinkinderen sprake moet zijn van een nauwe persoonlijke betrekking die de normale grootouderrelatie overstijgt. Dit is niet aangetoond; het contact was regulier en niet uitzonderlijk. Daarnaast weigeren grootouders mediation of pogingen tot herstel van de relatie met de ouders, wat de situatie bemoeilijkt.
De rechter benadrukt dat het belang van de kinderen voorop staat en dat het afdwingen van contact niet passend is gezien de gespannen relatie tussen grootouders en ouders, en het risico op loyaliteitsconflicten voor de kinderen. De grootouders worden daarom niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering en de proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Grootouders worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot omgangsregeling met kleinkinderen.