Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
mr. T.A. Wiersma, mr. R.B.M. Keurentjes en mr. E.M. Visser.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker diende op 13 november 2016 een wrakingsverzoek in tegen de rechter(s) die betrokken waren bij een eerdere civiele procedure waarin verzoeker partij was. Dit verzoek betrof een zaak die reeds was afgedaan door de rechtbank op 10 november 2016.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wraking alleen mogelijk is als de rechter de zaak nog behandelt. Aangezien de zaak al was geëindigd, was niet voldaan aan dit formele criterium.
Daarom verklaarde de rechtbank het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en wees af om tot een mondelinge behandeling over te gaan. De beslissing werd onverwijld aan verzoeker en de betrokken advocaten medegedeeld.
De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Groningen en op 15 november 2016 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechter de zaak niet meer behandelt.