Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging
Tenlastelegging
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Benadeelde partijen
[bedrijfsnaam 2]van oordeel dat een deel van de gestelde schade tot een bedrag van € 2,265,56 (zijnde het schade bedrag met aftrek van BTW), voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan haar als een gevolg van haar handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering derhalve tot voornoemd bedrag voor toewijzing vatbaar.
Toepassing van wetsartikelen
DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:
Bepaalt dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
[bedrijfsnaam 2]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2,265,56 (zegge: tweeduizend en tweehonderd en vijfenzestig euro en zesenvijftig eurocent).
[bedrijfsnaam 2]voor het overige af.
[bedrijfsnaam 2], te betalen een bedrag van € 2,265,56 (zegge: tweeduizend en tweehonderd en vijfenzestig euro en zesenvijftig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 32 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.
[bedrijfsnaam 2], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.