ECLI:NL:RBNNE:2016:5865

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
5 april 2016
Publicatiedatum
3 mei 2018
Zaaknummer
4767767 CV EXPL 16-828
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling huurschuld en kosten door gedaagde partijen toegewezen

De eisende partij heeft de gedaagde partijen gedagvaard wegens een openstaande huurschuld van €166.948,50, vermeerderd met rente en kosten. De gedaagde partijen hebben om uitstel verzocht om zich te verweren, maar hebben uiteindelijk niet geantwoord.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. De gedaagde partijen worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015, de borgsom van €2.420,00 en de proceskosten, waaronder griffierecht, explootkosten en salaris gemachtigde.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen. Dit betekent dat de eisende partij direct kan overgaan tot incasso van het toegewezen bedrag zonder verdere vertraging.

Uitkomst: Gedaagde partijen worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van huurschuld, rente, borg en kosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Erkentenis
Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
Zaak-/rolnummer: 4767767 CV EXPL 16-828
vonnis d.d. 5 april 2016
inzake

de besloten vennootschap Money 4 Products Sneek B.V.,

gevestigd te Sneek,
eisende partij,
gemachtigde: mr. S.A.G. de Vries,
uw kenmerk: 15026517,
tegen

1.[gedaagde 1] , wonende te [woonplaats] , [adres] ,

2. [gedaagde 2]wonende te [woonplaats] , [adres] ,
3. [gedaagde 3] ,wonende te [woonplaats] , [adres] ,
gedaagde partij, gemachtigde M.W. Sleijfer, werkzaam bij Straetus Incasso Friesland B.V., gevestigd te (Postbus 1152, 8900 CD) Leeuwarden.

Procesverloop

De eisende partij heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 166948,50 met rente en kosten.
De gedaagde partij heeft om uitstel verzocht teneinde zich tegen de vordering te verweren. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de gedaagde partij niet geconcludeerd voor antwoord.
De gedaagde partij heeft om uitstel verzocht teneinde zich tegen de vordering te verweren. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de gedaagde partij niet geconcludeerd voor antwoord.

Motivering

Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor zodat dit kan worden toegewezen als na te melden.
Overeenkomstig de aanbeveling van het LOVCK zal voor nakosten een half salarispunt worden toegekend, met een maximum van € 100,00.
De gevorderde rente zal worden toegewezen over de (resterende) hoofdsom als na te melden.

Beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij hoofdelijk, met dien verstande dat indien de één betaalt, de andere(n) daarvan vrijgesteld zijn aan de eisende partij te betalen € 166.948,50, vermeerderd met de wettelijke rente over € 164.533,50 vanaf 10 augustus 2015 tot de dag waarop deze is voldaan;
veroordeelt de gedaagde partij hoofdelijk, met dien verstande dat indien de één betaalt, de andere(n) daarvan vrijgesteld, tot (terug)betaling van de borg ad € 2.420,00;
veroordeelt de gedaagde partij hoofdelijk, met dien verstande dat indien de één betaalt, de andere(n) daarvan vrijgesteld in de kosten tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 941,00 aan griffierecht;
€ 77,84 aan explootkosten;
€ 700,00 als salaris gemachtigde;
vermeerderd met de wettelijke rente in geval de proceskosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis worden voldaan;
veroordeelt de gedaagde partij hoofdelijk, met dien verstande dat indien de één betaalt, de andere(n) daarvan vrijgesteld, in de na dit vonnis ontstane kosten, vastgesteld op € 100,00 aan salaris gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af - voor zover nodig - het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 april 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.