ECLI:NL:RBNNE:2016:993
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak vrouw van medeplegen onttrekken en verbergen minderjarige aan wettig gezag
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 10 maart 2016 de zaak tegen een vrouw die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan het onttrekken van een tienjarige jongen aan het wettig gezag van Jeugdhulp Friesland en de gezinsvoogd. De tenlastelegging omvatte onder meer het vervoeren, verbergen en het onderhouden van contact met de minderjarige en betrokkenen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primaire deel van de tenlastelegging, maar achtte het tweede deel bewezen, stellende dat verdachte als intermediair had gefungeerd. De verdediging stelde dat verdachte slechts boodschapper was zonder kennis van de verblijfplaats van de minderjarige.
De rechtbank oordeelde dat de bewijsmiddelen, waaronder telefoongesprekken en verklaringen, onvoldoende waren om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte bewust had samengewerkt bij het onttrekken of verbergen van de minderjarige. De verdachte ontkende betrokkenheid en gaf aan informatie van onbekende derden te hebben ontvangen.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen wegens gebrek aan bewijs. De uitspraak werd gedaan door mr. I.M. Dölle, mr. M. Jansen en mr. C. Krijger, waarbij laatstgenoemde niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlasteleggingen wegens onvoldoende bewijs van medeplegen en medeplichtigheid.