Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Daarnaast kunnen het onder 2 ten laste gelegde en het onder 3 ten laste gelegde worden bewezen, aldus de raadsman.
Rechtbank Noord-Nederland
Op 11 oktober 2015 maakte verdachte met een groot mes zwaaiende bewegingen richting het hoofd van slachtoffer, waarbij hij het slachtoffer raakte en ernstig letsel veroorzaakte. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het letsel fataal kon zijn, en verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces vanwege disproportionaliteit en het ontbreken van een hevige gemoedsbeweging.
Daarnaast werd verdachte op 26 juni 2016 veroordeeld voor bedreiging van zijn ex-partner en haar vader met woorden en gebaren, en voor het vernielen van een mobiele telefoon van zijn ex-partner. Verdachte bekende deze feiten.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en behandeling bij een agressieregulatietraining. De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding van €322,05 toegewezen voor ambulancekosten.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, het blijvend letsel bij het slachtoffer, de omstandigheden van noodweer die niet rechtvaardigden, en de persoonlijke situatie van verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere veroordelingen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, voor poging doodslag, bedreiging en vernieling.