ECLI:NL:RBNNE:2017:1311
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak WIA- en Ziektewet-uitkering
Verzoeker heeft bij de rechtbank Noord-Nederland een voorlopige voorziening gevraagd tegen twee besluiten van het UWV waarin zijn bezwaren tegen de weigering van een WIA-uitkering vanaf 10 december 2014 en een Ziektewet-uitkering vanaf 5 november 2012 ongegrond zijn verklaard.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake is van spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker stelde dat hij de uitspraak nodig heeft om een loonvordering civielrechtelijk af te dwingen, wat ook invloed heeft op het verblijfsrecht van zijn buitenlandse partner.
Het UWV betoogde dat uit de stukken niet blijkt dat de verblijfsvergunning van de partner op het punt staat te worden ingetrokken. Verzoeker kon geen bewijs overleggen van een dreigende intrekking. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen zwaarwegend belang of spoedeisendheid is om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.