Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter d.d. 11 april 2017
[eiser] ,
Procesverloop
Motivering
De feiten
De vordering
Het geschil en de beoordeling daarvan
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser huurt sinds 1 januari 2015 een bedrijfsruimte van gedaagde, een besloten vennootschap, voor de onderneming inzameling en vervoer van tweedehands kleding. De huurovereenkomst is aangegaan voor één jaar met stilzwijgende verlenging voor telkens twee jaar. Artikel 11 van Pro de overeenkomst geeft eiser het recht om te verhuizen naar nieuw te bouwen units tegen een lagere huurprijs, maar zonder datum of termijn voor oplevering.
Eiser vordert tussentijdse ontbinding van de huurovereenkomst per 2 mei 2016 wegens het niet nakomen van artikel 11, dan wel een huurverlaging naar €350 exclusief btw. Gedaagde stelt dat de nieuwbouwunits nog niet zijn gerealiseerd vanwege vergunningen en technische aanpassingen, en dat eiser tijdig had moeten opzeggen.
De kantonrechter oordeelt dat eiser artikel 11 niet Pro redelijkerwijs mocht begrijpen als een recht om binnen het eerste jaar te verhuizen, mede omdat geen opleverdatum is vermeld en de nieuwbouw nog niet gereed is. Eiser had de overeenkomst tijdig kunnen opzeggen indien hij de huidige ruimte te groot en duur vond. Het aanbod van een alternatieve unit en de geschiktheid daarvan zijn niet relevant voor het geschil.
Daarom is gedaagde niet toerekenbaar tekortgeschoten en wordt het verzoek tot ontbinding afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €450 aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: Verzoek tot tussentijdse ontbinding huurovereenkomst wordt afgewezen en eiser veroordeeld in proceskosten.