ECLI:NL:RBNNE:2017:1422
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid hennepkwekerij en elektriciteitsdiefstal
De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het telen en aanwezig hebben van ongeveer 548 hennepplanten in een pand te Groningen, alsmede van diefstal van elektriciteit. Vast stond dat een medeverdachte in het pand woonde en dat verdachte samen met een andere medeverdachte eind 2014 goederen leverde voor de opbouw van de kwekerij.
De rechtbank oordeelde echter dat niet onomstotelijk kon worden vastgesteld dat verdachte, al dan niet in nauwe en bewuste samenwerking, de kwekerij heeft opgebouwd of onderhouden. Het enkele feit dat verdachte voeding bracht aan de planten werd gezien als een medeplichtigheidshandeling, onvoldoende voor een veroordeling.
Subsidiair werd medeplichtigheid ten laste gelegd, maar ook hiervoor ontbrak bewijs dat verdachte in de periode direct voorafgaand aan 2 mei 2015 betrokken was bij de kwekerij. Ten aanzien van de elektriciteitsdiefstal werd eveneens vrijspraak gegeven wegens gebrek aan bewijs.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien het ten laste gelegde feit niet bewezen was. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij hennepkwekerij en elektriciteitsdiefstal.