De rechtbank Noord-Nederland heeft op 14 april 2017 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van belaging en bedreiging van zijn ex-vriendin over een periode van enkele maanden in 2016. Verdachte stuurde vele bedreigende sms-berichten, zocht ongewenst contact en verbleef in de nabijheid van de woning, werk en school van het slachtoffer. Tevens deed hij meerdere doodsbedreigingen.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, mede omdat verdachte het bewezen verklaarde duidelijk heeft bekend. De bedreiging tegenover een derde werd niet bewezen geacht. De gedragingen van verdachte werden als ernstig en beangstigend ervaren door het slachtoffer, met grote impact op haar leven.
Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met een verminderd toerekeningsvatbaarheid wegens PTSS, ADHD, alcoholstoornis, beperkte intelligentie en antisociale persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 282 dagen op, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en bijzondere voorwaarden zoals reclasseringstoezicht, behandelverplichting en contact- en locatieverboden.
De rechtbank volgde het advies van de reclassering en hield rekening met het recidiverisico en de agressieproblematiek van verdachte. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en de tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf.