Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
mr. J. Teertstra, kinderrechter in deze rechtbank.
Rechtbank Noord-Nederland
Op 5 oktober 2016 stelde mr. Teertstra de minderjarige kinderen van verzoekster onder toezicht en verlengde de machtiging tot uithuisplaatsing. Verzoekster diende op 15 november 2016 een wrakingsverzoek in tegen mr. Teertstra, stellende dat deze buiten aanwezigheid van verzoekster overleg had gevoerd met het Regiecentrum Bescherming en Veiligheid en de Raad voor de Kinderbescherming.
De wrakingskamer overwoog dat het wrakingsverzoek ingevolge artikel 37 lid 1 Rv Pro direct na bekendwording van de feiten moet worden ingediend. Verzoekster had zich echter pas bijna zes weken na de beslissing van 5 oktober 2016 beklaagd, wat een te late indiening betekent. Bovendien was er geen aannemelijk bewijs voor het vermeende overleg buiten de zitting van 21 september 2016.
Daarom verklaarde de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek. De beslissing werd onverwijld aan alle betrokken partijen medegedeeld en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2017.
Uitkomst: Wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.