ECLI:NL:RBNNE:2017:1878
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor witwassen wegens ontbreken van wetenschap of vermoeden van criminele herkomst geld
De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van witwassen met betrekking tot een geldbedrag van 108.000 euro dat op of omstreeks 5 november 2010 werd overgemaakt. Het openbaar ministerie stelde dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. De verdediging voerde aan dat verdachte hiervan geen wetenschap had en dit ook niet redelijkerwijs hoefde te vermoeden.
Na onderzoek van het bewijs concludeerde de rechtbank dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Er was geen aanwijzing dat verdachte wetenschap had van de illegale herkomst van het geld, zodat de opzetvariant van witwassen werd verworpen. Ook voor subsidiair schuldwitwassen was onvoldoende bewijs aanwezig. Het feit dat het geld afkomstig was van de rekening van het bedrijf van medeverdachte, terwijl het ging om een lening op persoonlijke titel, was niet voldoende om een vermoeden van criminele herkomst aan te nemen.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van het ten laste gelegde witwassen. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de Noordelijke Fraudekamer op 24 mei 2017, na meerdere zittingen in oktober 2015, december 2016 en mei 2017.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens ontbreken van wetenschap of redelijk vermoeden van criminele herkomst van het geld.