Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[B],
1.Het procesverloop
2.De feiten
[straatnaam-a] :
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker [A] was sinds 2011 in dienst als beheerder van een bedrijfsterrein bij [B]. [B] vroeg toestemming aan het UWV om het dienstverband op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen, omdat het bedrijf werd ontbonden en het terrein te koop stond. [A] stelde dat [B] onjuiste informatie aan het UWV had verstrekt, met name over een terughuuroptie van een loods door [D], waardoor het ontslag onterecht was en hij recht had op een billijke vergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet in strijd was met de wet, omdat [B] haar activiteiten beëindigde en [A] dit erkende. De terughuuroptie betrof slechts een klein deel van het terrein en was niet relevant voor de ontslagaanvraag. Er was geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen door [B].
Het subsidiaire verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen omdat [B] was ontbonden en [A] zelf geen herstel wenste. De kantonrechter veroordeelde [A] tot betaling van de proceskosten aan [B].
Uitkomst: Verzoek tot billijke vergoeding na opzegging dienstverband met toestemming UWV wordt afgewezen.