Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Procesverloop
Overwegingen
Ten aanzien van de Zvw.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker, bekend met paranoïde schizofrenie, heeft een aanvraag voor beschermd wonen op grond van de Wmo 2015 ingediend nadat de gemeente Emmen dit aanvankelijk afwees met verwijzing naar de Wet langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet (Zvw).
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing onvoldoende is onderbouwd, met name omdat de indicatie voor Wlz-zorg niet meer passend is gezien de medische situatie van verzoeker die uitbehandeld is in de GGZ-instelling. De verwijzing naar de Zvw als voorliggende voorziening is strijdig met de Wmo 2015 en mag niet leiden tot weigering.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de gemeente geen deugdelijk onderzoek heeft verricht en onvoldoende heeft onderbouwd dat de Wlz als voorliggende voorziening geldt. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Verzoeker krijgt recht op voortzetting van beschermd wonen vanaf 1 januari 2016. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de zaak finaal wordt afgedaan.
Daarnaast wordt de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten van verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter P.G. Wijtsma op 19 januari 2017.
Uitkomst: Verzoeker krijgt recht op voortzetting van beschermd wonen op grond van de Wmo 2015 vanaf 1 januari 2016.