ECLI:NL:RBNNE:2017:2246
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot schorsing executie gevangenisstraf in hoger beroep
Verzoeker is bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes weken door de politierechter op 14 april 2017. Hij werd pas op 19 mei 2017 op de hoogte gesteld van deze veroordeling bij zijn aanhouding. Vervolgens stelde hij tijdig hoger beroep in op 24 mei 2017.
Verzoeker verzocht de rechtbank om schorsing van de executie van de straf totdat het Hof Arnhem-Leeuwarden een definitief oordeel geeft over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Hij betwistte dat de dagvaarding hem persoonlijk was betekend, omdat de handtekening op de akte van uitreiking niet overeenkomt met zijn handtekening.
De officier van justitie stelde dat verzoeker wel op de hoogte was, omdat hij meerdere handtekeningen gebruikte, waaronder een krul. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de krul op de akte sterk afwijkt van andere handtekeningen en dat het adres waar de akte is uitgereikt een instelling voor begeleid wonen betreft, waardoor het aannemelijk is dat een ander de akte in ontvangst heeft genomen.
Daarom achtte de voorzieningenrechter het hoger beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk en schorste de verdere executie van de gevangenisstraf totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist. Het verzoek tot compensatie van reeds doorgebrachte detentiedagen werd afgewezen omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat.
De beslissing werd op 26 juni 2017 uitgesproken door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen.
Uitkomst: De executie van de gevangenisstraf wordt geschorst totdat het hoger beroep onherroepelijk is beslist.