ECLI:NL:RBNNE:2017:2248
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs faillissementsfraude en valsheid in geschrifte
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 23 juni 2017 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van faillissementsfraude en valsheid in geschrifte. Verdachte werd ervan beschuldigd formulieren voor ontbinding van drie ondernemingen valselijk te hebben opgemaakt door onjuiste antwoorden te geven over het hebben van baten op het moment van ontbinding. Tevens werd hem medeplichtigheid aan faillissementsfraude ten laste gelegd.
Tijdens de terechtzittingen op 8 december 2015 en 9 juni 2017 is vastgesteld dat de door verdachte getekende ontbindingsformulieren naar waarheid zijn ingevuld, aangezien de ondernemingen daadwerkelijk geen baten hadden bij ontbinding. Daarnaast heeft de rechtbank in een gelijktijdige zaak de medeverdachte vrijgesproken van faillissementsfraude, waardoor ook de verdenking van medeplichtigheid aan deze fraude jegens verdachte niet standhoudt.
De officier van justitie had vrijspraak gevorderd voor de valsheid in geschrifte en primaire tenlasteleggingen en een taakstraf voor de subsidiaire tenlastelegging, maar de rechtbank achtte geen van de tenlasteleggingen wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank verklaart verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak onderstreept het belang van nauwkeurige bewijsvoering bij complexe fraudezaken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor faillissementsfraude en valsheid in geschrifte.