ECLI:NL:RBNNE:2017:2371
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling
In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer die zijn zaak behandelde. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid en partijdigheid van de rechter, onder meer vanwege vermeend contact met een andere rechter en de wijze waarop het reclasseringsrapport werd behandeld.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro. Zij oordeelde dat verzoeker onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid opleveren. De vermeende contacten tussen rechters waren niet onderbouwd en onvoldoende om partijdigheid aan te nemen.
Ook de vermeende non-verbale en verbale uitingen van de voorzitter werden in het licht van haar taak als rechter beoordeeld en niet als aanwijzing voor vooringenomenheid gezien. Het feit dat de rechtbank eerder zaken met dezelfde naam behandelde, gaf geen grond voor wraking van de voorzitter of de gehele rechtbank.
De wrakingskamer wees het verzoek af en bepaalde dat de strafrechtelijke procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de strafkamer wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.