Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 juli 2017 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen, te Heerenveen (gemachtigde mr. J.F. de Groot).
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een geschil over de verrekening van de grenscorrectie Haskerdijken/Nieuwebrug tussen de gemeenten Heerenveen en De Fryske Marren (voorheen Skarsterlân). Door de grenscorrectie is een bedrijventerrein overgegaan van De Fryske Marren naar Heerenveen, waardoor De Fryske Marren verlies lijdt op de opbrengsten uit onroerende zaakbelasting (ozb).
De gemeente De Fryske Marren vordert compensatie van het verlies aan ozb-opbrengsten, dat neerkomt op circa €335.000,-, terwijl de gehanteerde verdeelsleutel slechts 3% toedeling aan Heerenveen voorziet. De Raad voor de Financiële Verhoudingen (Rfv) adviseerde geen compensatie, omdat het verlies inherent is aan de grenscorrectie en niet onoverkomelijk.
De rechtbank stelt vast dat de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) geen verplichting tot volledige compensatie inhoudt en dat het financiële karakter van gemeenten na een grenscorrectie blijvend verandert. De rechtbank acht het verlies aan ozb-opbrengsten gecompenseerd door een lagere aftrekpost eigen inkomsten in de algemene uitkering en constateert geen bijzondere omstandigheden die een aanvullende compensatie rechtvaardigen.
Het beroep van De Fryske Marren wordt daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde verrekening van €1.471.284,- door gedeputeerde staten, als bedrag dat Heerenveen aan De Fryske Marren verschuldigd is, blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van De Fryske Marren tegen de vastgestelde verrekening van de grenscorrectie wordt ongegrond verklaard.